Ook de nieuwsbrief van MTD Landschapsarchitecten ontvangen? Schrijf je in!

Start realisatie Stationsplein Maastricht

8 mei 2017

Vanaf midden 2016 wordt er door TBI-ondernemingen Timmermans en Mobilis gewerkt aan de realisatie van de ondergrondse fietsenstalling bij het station en de herinrichting van het Stationsplein in Maastricht. De bouw wordt uitgevoerd in opdracht van de samenwerkende partijen gemeente Maastricht, Maastricht Bereikbaar, Provincie Limburg, PROrail en NS en zal ongeveer 1,5 jaar in beslag nemen.
De bouw heeft een ingrijpende impact op de routing van bussen, taxi’s, auto’s, fietsen en voetgangers; bussen en taxi’s blijven gewoon rijden en zo’n 33.000 mensen blijven dagelijks gebruik maken van het station. Station, winkels, hotels en restaurants blijven bereikbaar.
Om bereikbaarheid te garanderen en de overlast zoveel mogelijk te beperken wordt de bouw gefaseerd uitgevoerd.
Aanleiding voor de realisatie van de stalling is het toenemende gebruik van de fiets; rond het station zijn meer fietsenstalplekken nodig. Om die reden is het plan opgevat een ondergrondse fietsenstalling te realiseren waar 3.000 fietsen en scooters droog, veilig en gratis (eerste 24 uur) kunnen worden gestald. De realisatie van de ondergrondse stalling zorgt voor een enorme kwaliteitsimpuls van het Stationsplein en de Percée; hiermee ontstaat de kans een aantrekkelijk Stationsplein te realiseren zonder fietsen en met meer ruimte om te verblijven.
Begin 2015 kreeg MTD landschapsarchitecten opdracht tot het opstellen van een Inrichtingsplan voor het Stationsplein en een Ontwerp voor de entrees en het interieur van de fietsenkelder. Eén en ander is in samenwerking met Thomas Kemme architecten uitgewerkt tot een technisch ontwerp. Het bureau verzorgt tijdens de bouw tevens het esthetisch en technisch toezicht bij de uitvoering.
Voor het opstellen van het Inrichtingsplan openbare ruimte en het Ontwerp voor de entrees en het interieur van de fietsenkelder is intensief gecommuniceerd met de werkgroep kwaliteitsimpuls Wijck, de Welstand van de gemeente Maastricht, Bureau Spoorbouwmeester en de stakeholders PROrail en NS.

Hoofddoel van het Inrichtingsplan openbare ruimte is een aangenaam plein te creëren, dat als visitekaartje kan fungeren voor de stad en de route van het Station naar de binnenstad en vice versa aangenamer, herkenbaarder en veiliger kan maken. Hierbij is het de ambitie om de entrees en lichtvide naar de ondergrondse fietsenkelder maximaal in te passen in het plein.
De hoofdentree naar de fietsenkelder is gesitueerd in de middenberm van de Percée en wordt opgevat als een kop voor deze middenberm. De middenberm krijgt hierbij weer haar oorspronkelijke betekenis voor flaneren en verblijven onder een bladerdak van bomen en krijgt een nieuwe beëindiging middels de hoofdentree en overkapping naar de fietsenkelder. Hierbij worden de bomen in de middenberm behouden en aangevuld. De hoofdentree naar de ondergrondse fiets- en scooterstalling wordt gerealiseerd in de vorm van een tapis roulant met overkapping. De circa 1.0 meter hoge borstwering is robuust vormgegeven en gematerialiseerd in samenhang met de vloer van de openbare ruimte; zij komt hier als het ware uit voort. Vervolgens loopt het materiaal door in de wanden aan de binnenzijde van de coupure voor de tapis roulants. Op de kopse kant is de borstwering vormgegeven als een bank. Hier ontstaat een mooie zit- en ontmoetingsplek met optimaal zicht op de hoofdentree van het station.
De overkapping krijgt vorm middels een achttal stalen circa 5.5 meter hoge kolommen, die wat betreft hoofdvorm refereren aan de kolommen van de kapconstructie op de perrons van het station. Zij dragen een stalen kap met in het midden een opening, welke afgedekt wordt met een iets convexe glasplaat. In de glasplaat is een grid van fotocellen voorzien.
Een tweede entree naar de ondergrondse fiets- en scooterstalling is voorzien op het Stationsplein. Zij is gesitueerd net terzijde van en in de hoofdrichting van de hoofdentree van het stationsgebouw. Deze entree heeft geen overkapping en bestaat voornamelijk uit een circa 1.0 meter hoge natuurstenen borstwering en een natuurstenen trap.
Tweede inzet van het Inrichtingsplan is het Stationsplein te vergroten in westelijke en noordelijke richting; tot het zich weer, net als in de oorspronkelijke situatie, uitstrekt over de volle breedte van het stationsgebouw. Hierbij wordt, net als in de oorspronkelijke situatie, een trappartij geïntroduceerd voor de hoofdentree, zodat het stationsgebouw weer steviger wordt verankerd met het plein. Het is de intentie dat alle drie de deuren van de hoofdentree weer open gaan en dienst doen als entree.
Rond de trappartij wordt in de vloer van het plein een plateau uitgesproken , waarin ook de tweede entree naar de fietsenkelder is opgenomen.
Plein en Percée worden gematerialiseerd in gezaagde lichtgrijze natuurstenen keien in een segmentverbande; het plateau en de trappartij in (gebrande) Belgisch hardstenen tegels.
Als belangrijke elementen op het plein, wordt een eigentijdse versie van de lichtmasten, die hier oorspronkelijk stonden, terug gebracht. De 11 meter hoge stalen masten worden voorgesteld aan weerszijden van de hoofdentree; min of meer op de plek waar zij oorspronkelijk stonden.
Een nieuw element op het plein is de lichtvide naar de ondergrondse fietsenkelder. Deze is vorm gegeven als een natuurstenen, cirkelvormige bank met een rond glasvenster, refererend aan de plantbakken die Kollhoff hier in de jaren 80 situeerde. In het glasvenster zitten, in een schijnbaar willekeurig patroon fotocellen opgenomen. De ronde vorm van de lichtvide begeleidt op een natuurlijke wijze de routing van de hoofdentree van het stationsgebouw in de richting van het centrum van Maastricht en het busstation.
Op het Stationsplein worden drie lange, tweezijdige, houten banken geïntroduceerd; zij bieden aanleiding om even op het plein te verpozen en iemand te ontmoeten.
De routing voor de voetgangers tussen het station en het centrum van Maastricht is vooral gedacht over de trottoirs langs de gevelwanden. Hier zijn alle overbodige obstakels verwijderd, net als het langsparkeren in het profiel. De trottoirs zijn zo’n 4.0 meter breed en worden in het eindbeeld gematerialiseerd in de karakteristieke Maastrichtse 0.20 x 0.20 meter gebrande, Belgisch hardstenen tegels, in een diagonaal blokverband.